zaterdag 8 oktober 2011

Bukit Lawang....aapjes kijken.

Ons verblijf bij Samosir eiland zat er weer op. Vroeg uit de veren om de boot naar het vaste land te nemen en de auto richting Bukit lawang.
Eenmaal op het vaste land nog even langs een pinapparaat want de bodem van de portemonee kwam aardig in zicht. Eenmaal bij bij een ATM apparaat blijkt Karim gewoon zijn pasje kwijt te zijn...stress...koffers open..tassen leeg gehaald maar mooi geen pinpas te vinden lekker dan!
Waarschijnlijk laten zitten in een apparaat op het vliegveld van Medan. Volgens onze gids kan de vinder er van er niks mee maar voor de zekerheid blokkeren we hem toch maar. De rit naar Bukit lawang duurt ruim 7 uur dus we doen ons best om maar zoveel mogelijk te slapen.
Rond een uur of vier kwamen we aan bij de "eco lodges" welke alleen bereikbaar is via een gevaarlijk slingerende hangbrug.
De hutjes van het hotel waren basic maar schoon en eigenlijk precies zoals we verwacht hadden. Met een open buitenbadkamer was het advies wel om de deur dicht te houden want volgens de gids kwam het sporadisch voor dat de orang oetangs of andere apen soorten hier een kijkje kwamen nemen.
Eenmaal op de veranda zittend kwam "mamma Bibi" langs, een oude tengere vrouw die vol bleef houden dat het echt het beste was dat we een massage van haar kregen. Uiteindelijk is karim gezwicht en moest bekennen dat het erg ontspannend was. Ook Gaby probeerde ze nog over te halen maar zonder succes want we hadden geen tijd meer.
Om 7 uur 's avonds een meeting met onze gids die ons gaat helpen om orang oetang's in het wild te spotten.
Ruslan, een klein ietwat nors mannetje, verteld ons dat hij net terug is van een search and  rescue actie met het leger. Er is een vliegtuig met 18 mensen neer gestort in het 2.5 miljoen hectare grote reservaat. Het vliegtuig is na twee dagen gevonden maar helaas geen overlevenden.

We spreken af om om half 7 de volgende ochtend de 3 uur durende trekking te beginnen zodat we de hitte en de andere touristen voor zijn.
Hij adviseert ons om pas na de tocht te gaan douchen om dat we toch niet schoon zullen blijven. Achteraf blijkt dat een aardige understatement :)

Het eten bij de eco-lodge is erg lekker. Waarschijnlijk hebben ze een aardige monopoliepositie wat betreft  eetgelegenheid wat terug te zien is in de prijzen. Omdat we erg vroeg op moeten besluiten we op op tijd naar bed te gaan maar lekker slapen is er niet echt bij.
De kamer heeft geen airco, het sterft van de muggen en die moet je proberen tegen te houden met een 1 persoons klamboe op een twee persoonsgegevens bed...lol.

Na een rommelige nacht, een dikke laag antimuggen creme en een snel ontbijt zijn we er helemaal klaar voor. Rusland schijnbaar ook want om precies half 7 komt hij aanlopen, ongekende stiptheid voor een Indonesiër ;). De tocht is zwaar, afzien tot het zweet van je kop naat je kont stroomt maar het was het meer dan waard. Na 2,5 uur ploeteren, klauteren en klimmen spotten we de eerste orang oetangs hoog in de bomen. Het is een moeder op haar nest met een stoer kleintje van ongeveer een jaar of twee. Moeders probeert uit het zicht te blijven maar de kleine is avontuurlijk en hangt met vier handen tegelijk aan de lianen te slingeren. Jammer genoeg was onze lens door al het zweten wat beslagen en zijn de foto's daardoor wat wazig geworden maar de eigenlijke belevenis is toch specialer dan de foto's :D
Verder kwamen we ook andere apen soorten tegen te komen zoals witte gibbons en een ras met een  funky kapsel waarvan we de naam alweer vergeten zijn. Ruslan blijkt best een aardige vent.  Hij doet dit werk al 20 jaar, heeft een ijzeren conditie en weet veel over de flora en fauna te vertellen.
Ook is hij erg trots op het feit dat hij met floortje dessing en haar filmploeg het woud in geweest.

Bij terugkomst in het eco lodge hebben we een koude, welverdiende tiger bier genomen om op onze triomfantelijke zoektocht te proosten.
Hierna een ijskoude douche, spullen pakken en nog even lunchen. De rit terug naar Medan duurt 3 uur en onze gids John heeft op ons verzoek een ander hotel geboekt. Dit omdat we niet nog een nacht in het dharma inda hotel wilden slapen.
We overnachten in het garuda plaza hotel wat vergeleken bij het eerste hotel de paradijs is.

Bij het winkelcentrum om de hoek spreekt een indische man ons in bijna perfect Nederlands aan.
Hij heeft nooit Nederlandse les gehad en heeft ook geen familieleden die het spreken.
Hoe hij het dan geleerd heeft? Geloof het of niet....Hyves! Tja...is dat Hyves toch nog ergens goed voor.
Ongelooflijk dat hij met behulp van hyves beter nederlands heeft leren spreken dan onze eigen gids John.
Aan het einde van deze bizarre kennismakingen toch maar even e-mailadressen met Edy uitgewisseld.

Terug in het hotel flink wezen internetten want dat hadden we al een dag of 5 niet gedaan. Best appart hoe snel je dat kan gaan missen.
Wegens gebrek aan honger en vermoeidheid na de jungletocht besluiten  we een tonijn sandwich via de roomservice te doen.
Ik heb als een roos geslapen maar Gaby was al om half 6 wakker en is toen maar naar de lobby gegaan om nog wat te internetten. Om half twaalf worden we naar het vliegveld gebracht om weer terug te vliegen naar Maleisië!





dinsdag 4 oktober 2011

Samosir eiland (eiland in het Tobameer)

Na een karig ontbijtje zijn we het busje ingestapt en gaan rijden richting het zuiden van sumatra waarbij we gestopt zijn bij een lokale fruit en bloemenmarkt. Hier een rondje gelopen en een sappige geroosterde maaiskolf gegeten. Op de doorrit ook geluncht bij een zeer fraaie waterval. Onze eindbestemming Samosir, de originele stek van de Batak bevolking op Noord Sumatra. Samosir is een eiland ter grootte van Singapore wat ligt in het Tobameer (lengte van 90 kilometer) wat weer ontstaan is in een eeuwen oude krater van een vulkaan. De Bataks (ook wel koppensnellers genoemd) leven hier in verschillende clans en tegenwoordig ook in vrede naast elkaar. Vroeger was dat wel anders. Kwam een jonge man (zoekend naar een geschikte vrouw) te dicht bij de grens van een rivaliserende clan dan bestond de kans dat hij gevangen gefolterd en uiteindelijk gedeeltelijk opgegeten zou worden. Zijn hoofd werd dan op een stok gespiest en aan de grens van het dorp geplaatst om andere gelukzoekers af te schrikken.  Ook een manier om met je niet zo leuke buren om te gaan ;o)

Het hotel was erg basic maar absoluut leuk en we hadden prachtig uitzicht op het Tobameer. In de tuin liepen drie schattige jonge hondjes rond met een jonge speelse moeder dus dat was als afleiding geslaagd. Er werd ons aangeboden om in het hotel een 9 gangen diner te gebruiken voor een schappelijke prijs maar we hadden meer zin om de lokale eettentjes uit te proberen. Eerst even wat biertjes en wat chips bij een tokotje gehaald want er was geen minibar aanwezig. Hierna echt top gegeten bij een van de vele restaurantjes in de buurt. Sateh ayam, zoetzure vis, gado gado en uiteraard een grote bir Bintang. De lekkere reggae op de achtergrond maakte het feest compleet!

De volgende ochtend vroeg aan het ontbijt om daarna met een tuktuk (ferry boot waar wel 40 man op kan maar nu de hele dag als privé boot fungeerde ) zijn we een paar keer gestopt om oude dorpjes en familiegraven te bezoeken, om daar te komen moest je langs allerlei standjes met souvenirs =rommel lopen en natuurlijk waren we iedereen zijn beste vriend. Uiteindelijk om er maar vanaf te zijn bij een van de winkeltjes een sjaal gekocht om deze daarna bij elk winkeltje omhoog te houden en te roepen; we allready bought something we allready bought something!! Verde hebben we een klassieke batak dansvoorstelling en een origineel batak huis op palen bezocht waar tot 5 families woonden met soms wel 80 mensen.

In de avond weer bij het zelde tentje gegeten. Wederom heerlijk maar nu met oudbollige jaren 60/70 muziek met als topper "how much is that doggy in the window  OMG!!!